Andrew Solomon omschreef de beleving waarmee iemand met depressie en/of angst verkeert misschien wel het best: “Je denkt niet dat je gevangen zit in een grauwe sluier, waardoor je de wereld ziet door een waas van ellende. Nee. Je denkt dat de sluier van geluk is weggehaald, en dat je het leven nu pas ziet zoals het werkelijk is.”

Is het daarom dat veel professionele hulpteksten die van buitenaf kwamen, zoals “Het gaat over”, “En je kinderen dan?” of “Je mag er zijn” mijn eigen situatie niet bepaald verbeterden?
Waar het voor zorgde was dat ik die gesprekspartners direct ontsloeg van enige waarde met de stille spreuk ‘gezegend zijn de dwazen’. En geen enkel geloof meer hechtte aan wat er daarna dan ook maar aan therapie of pil door diezelfde figuren werd bejubeld. Ze hadden zichzelf, op basis van mijn nieuw gevonden en enige waarheid, met één opmerking volledig buiten spel gezet: het leven is zinloos en dat gaat dus niet over, connectie tussen mensen bestaat niet, dus hoezo ‘en mijn kinderen dan?’ en dat ik er van een hulpverlener mocht zijn, dat was leuk, maar ik mocht er van mezelf niet zijn. En daar ging het om.

Heel anders en toch hetzelfde dan: ik heb ooit een mooi verhaal gelezen over een psychiatrisch patiënt die ervan overtuigd is dat hij dood is. Als de psychiater vraagt naar de kenmerken van een dode, antwoordt de patiënt dat doden niet bloeden. Voor de hulpverlener is dit een uitgelezen kans. Hij haalt ergens een naald vandaan en drukt deze zonder pardon in de vinger van de patiënt. Bij het zien van het opwellen van het bloed verheugt de psychiater zich op zijn overwinning en vraagt de patiënt wat dit betekent. Waarop de patiënt zegt: “Verhip dokter, doden bloeden ook!”

De rauwe, schijnbaar eindeloze gemoedstoestand die ‘angst en depressie’ heet, creëert stalen overtuigingen die niet zijn te slechten met een slim trucje of enige peptalk. Dat toch proberen is op zijn minst een belediging voor de intellectuele capaciteiten van de hulpvrager en in het ergste geval een recept voor verwijdering op kosmische schaal.

Wat hielp wél?

De overstap die mijn bewustzijn maakte van de ondraaglijke gedeelde realiteit naar een uiterst vredig alternatief, oftewel de start van de psychose.
Het moment van overgave aan de angst, dat wil zeggen het moment dat ik ophield na te denken over hoe ik er vanaf moest komen en herstel (of niet) overliet aan de goden, waardoor ik vanaf dat moment door de meegeleverde rust in gezwinde spoed uit mijn dal klom.
De paar dagen dat ik mijn flat bleef schoonmaken, alle gedachten negerend dat ik moest piekeren, wat al na anderhalve dag leidde tot een bijzondere toename van mijn vitaliteit.
De lorazepam die me elke dag de sensatie gaf dat ‘je relaxed voelen’, nog kon.
De lunchsessies met mijn neef, recht uit de inrichting naar centrum van de stad, waar we het hadden over zijn werk, en ik met algehele verbijstering moest constateren dat ik alles kon volgen, gewoon mee kon lullen, en me in die momenten volstrekt normaal voelde.
En wat ik ook niet meer vergeet is dat mijn coach me in de eerste sessie als medicijn, de aanschaf van een staatslot voorschreef.

Waarom werkt een psychose, overgave aan wetenschappelijk niet bestaande goden, of doorzetten tegen beter weten in? Waarom werkt een pilletje om je even beter te voelen, een verbijsterende lunch, of een kans van 1 op 10 miljoen op een hoofdprijs?

Omdat ze allemaal de belichaming zijn van een Wonder.

Het wonder is het énige concept dat een afgetimmerd idee van de werkelijkheid kan doorbreken. En hoe harder, smaller, dunner de realiteit van de betreffende eigenaar is, hoe harder, groter, breder de impact is van een wonder.
Gaat u maar na: marsmannetjes bestaan niet in uw wereldbeeld, totdat er een ufo in uw tuin landt. Het leven is goed voor u, totdat die vrachtwagen van rechts uw leven verbrijzelt (en nee, een wonder hoeft niet per definitie een blijde gebeurtenis te zijn, althans niet volgens de Wikipedia). Wat is de mooiste herinnering aan alle verliefdheid in uw jeugd? Het moment dat u zeker wist dat zij of hij “Nee” ging zeggen, om vervolgens haar of zijn armen en lippen te mogen voelen.
In alle gevallen is uw wereld volkomen veranderd, haaks op uw volstrekte weten hoe het zit.

Is het een idee om het concept ‘Wonder’ te gaan gebruiken in de GGZ? Om eens een heisessie te spenderen aan hoe een wonder toe te passen voor herstel? Als ik mijn gedachten hierover laat rondfladderen dan zie ik zo al een paar voordelen: de GGZ gaat mij wonderen beloven. Niet raar, want nogmaals, hoe kleiner, uitgekristalliseerder, fragieler mijn wereldbeeld, hoe groter de kans op zo’n wonder. Spirituele belevingen zouden geen rare restproducten meer zijn, maar noodzakelijke ervaringen om beklemmende en killing overtuigingen, die de hulpvrager terroriseren, open te breken. En ik zie ook zo de voordelen voor de professional: die hoeft het ook niet allemaal meer te weten, want een onbegrijpelijk wonder kan, geaccrediteerd, in cruciale mate bijdragen aan herstel. Potentieel uitermate destructieve schijnzekere (“Het gaat over”) of normatieve (“En je kinderen dan?”) uitingen kunnen collectief worden vervangen met de volgende tekst:

There will be miracles“.

Maar misschien is het belangrijkste voordeel wel dat de kans veel groter wordt, dat met de introductie en acceptatie van de kracht van een wonder, de nieuwsgierige, openstaande en mede-niet-wetende medemens weer kan worden vertrouwd en als ware steun kan worden ervaren.

Zou dat al geen wonder zijn?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.